inter lineas

inter lineas

Vom Westen nichts neues ...?

Zin en onzin, gebundeld

Obediëntie @ Regenboogtruien

ActualiteitPosted by grim(m)burger Tue, February 05, 2013 12:17:35

Uitgerekend als Sven Nys glunderend een regenboogtrui aantrekt, staan de mediatieke intelligentsia van Vlaanderen, ongeacht hun politieke geaardheid, er puffend bol van: neen, niet van Nys, wel van dito T-shirts achter Antwerpse loketten. Ze verdedigen allen de stelling dat religieuze geaardheid een “keuze” is, terwijl homofilie eerder een immanentie is. In hun redenering is homofilie een onontkoombare expressie van de natuur, een lotsbeschikking.

Ach, het gewraakte woord van een aartsbisschop en mijn referentie naar een homerisch noodlot – een moira homo-philou -” zal die schare schopperige predikanten weeral doen steigeren. Ze stellen immers, noch min noch meer, en met alom gedeelde overtuiging, dat godsdienstige gewaarwordingen totaal verschillend zijn van “diepste-ik”-ervaringen. Bij mij roept die stelling vele vragen op, met raakpunten zowel op het cultureel-religieuze en filosofische, als op het strikt logische en maatschappelijke vlak.

Op cultureel-religieus vlak zal de stelling van Beke, namelijk dat godsdienst een (bewuste) keuze is, en dat homofilie een vorm van “primair beleven” of “ondergaan” impliceert, bij zijn eigen katholieke of christelijke achterban niet veel steun vinden. Echte christenen ervaren hun geloof niet als een keuze, eerder als een onontkoombare worteling – het complement van de erfzonde? - opgelegd door onbewuste, en zelfs onbekende hersenkronkels. Deep-down ontwaren zij geen alternatief, hoewel ze begrijpen dat andere medemensen anders zijn, anders denken of anders voelen. Uiteraard interpreteren postmoderne intellectuelen die innerlijke dwang tot religie helemaal anders: zij duiden het meer als naïviteit, angst of, zelfs, domheid. Mij lijkt het moeilijk verdedigbaar dat homo’s wel en, bijvoorbeeld, moslims en katholieken helemaal geen (absoluut) recht op veruiterlijking van hun “geaardheid” zouden hebben.

Door een filosofische leesbril worden de opinies van de mediatieke eminenties nog wat troebeler, eerder dan scherper. Ten minste sinds de zeventiende eeuw zijn er, wat betreft God en Natuur (in het Westen), twee grote stromingen: dualisme en monisme. Onder het eerste systeem beheerst de geest het lichaam (in deze gedachtegang sluit de geest nauw aan bij een Almachtige God). Onder het tweede systeem zijn lichaam en geest verschijningsvormen van eenzelfde substantie: beide “modi” drukken gelijktijdig uit wat de natuur voorschrijft.

Kort vertaald: ofwel is elk menselijk gedrag een keuze (systeem 1), ofwel is dat gedrag een stochastische expressie van een natuurwet (systeem 2). Tussen beide systemen is er weinig “wiggle room” en, als die er al zou zijn, lijkt ze overgeleverd aan arbitraire speculatie. Hoe dan ook is een algehele dichotomie van lichaam en geest voor beide filosofieën problematisch. In het monisme zijn lichaam en geest immers expressies van éénzelfde mens-zijn, bepaald door natuurwetten waarop mensen geen vat hebben. In het dualisme heerst de geest, soeverein en rationeel, over het lichaam. Het eerste (spinozistisch) systeem voorziet, wegens de dominantie van de “Natuur” helemaal geen keuze. Het tweede (cartesiaanse) systeem stelt dat er, via de soevereine geest, altijd en voor alles keuze is – tot spijt van wie het benijdt.

Indien men de filosofie wat beklemmend vindt, blijft er nog de logica als toetssteen. Inderdaad, indien toch de stelling aanhangt dat homofilie een expressie is van een onontkoombare natuur, waarom zou homofobie, strikt logisch gezien, dan niet op hetzelfde fenomeen gestoeld zijn? M.a.w. hebben homofoben gekozen voor hun fobie? Of, iets scherper, zou die keuze een bewuste, dus verstandelijke keuze geweest zijn? Dat laatste onderscheid tussen denken en voelen is niet onbelangrijk, aangezien we normaliter “emotionele keuzes” moeilijk als “rationeel” kunnen weerhouden. Emotie is, zoals recent onderzoek heeft aangetoond (o.m. Antonio Damasio) een neurologisch en fysiologisch – en bijgevolg een lichamelijk gegeven!

Indien er, enerzijds, een natuurwet geldt die stelt dat zowel de “fobie” als de “filie” een immanente geaardheid zijn, dan hebben allerhande hordes van apologisten, langs beide kanten, heerlijk veel voer om onderling oorlog te voeren. Indien, anderzijds, de "filie" uitsluitend het gevolg is van een natuurwet, en de "fobie" een vrije, verstandelijke keuze zou zijn, dan zal men zich de vraag moeten stellen waarom extremen op eenzelfde “as van seksuele neiging en gedrag” verschillen qua oorzaak en drijfkracht en, vooral, zich ernstig buigen over de locatie van het omslagpunt! Inderdaad, waar ergens op die continue as, lopend van links naar rechts, respectievelijk van min oneindig (=fobie) naar plus oneindig (=filie), wordt “immanentie” (=mijn ‘filie’ zit in mijn diepste ik) plots “bewust gewilde afkeer” (=ik heb tot fobie besloten na rijp overleg in en met mezelf). Dit resulteert eens te meer in een heikele discussie, en ver voorbij de kortzichtigheid van allerlei spindoctors.

Tenslotte heeft gans deze problematiek, en de daarbij horende woordenvloed, tevens een maatschappelijke dimensie: de Antwerpse leiding – democratisch verkozen zelfs! - beslist dat bepaalde vertegenwoordigers van de stad, gedurende hun diensturen als functionaris, neutraal moeten gekleed zijn, om zodoende andere inwoners niet onnodig op stang te jagen.

Diverse liberaal-denkenden vinden dat mensen ongelijk hebben om zich dusdanig op stang te laten jagen. Welnu, hoewel een grote meerderheid van de “gewone mensen” de anders-denkende, anders-gelovige en anders-seksende soortgenoten grotendeels respecteren in hun eigenheid, is er een grote groep die wel degelijk gechoqueerd is door “in-your-face” affirmatie van anders-zijn of anders-denken. Dat gevoel is wellicht intenser op plaatsen waar ze node langs moeten voor onvermijdbare dienstverlening: een onplezierige bakker mijden is simpel, maar aan een stadsloket is vooralsnog niet te ontkomen. Misschien, vermoed ik, hadden ze het zelf liever anders gewild – echter hebben ook zij geen bewuste controle over hun amygdalen!

Daarnaast zal niemand betwisten dat velen, zeker als ze tot mediagenieke minderheden behoren, zich met opzet en bij elke gelegenheid, in hun anders-zijn profileren, sommigen niet in het minst met de bedoeling om de “gewone mensen” uit te dagen, of te “raken”. Het is verrassend dat dit laatste element door zogenaamde progressieven niet wordt meegenomen in discussies omtrent het begrenzen van affirmatiegedrag, terwijl ze de laatste jaren wel de definitie van “pestgedrag” tot pietluttige uitdagerij en schamperige verwensingen hebben uitgebreid. Twee maten, twee gewichten?

Het moge duidelijk zijn dat de aanval op de regenboogtrui-problematiek “au fond”, zij het cultureel-religieus, filosofisch, strikt logisch of maatschappelijk, geen enkele rationele basis heeft. De heisa komt me voor als pathetisch geschreeuw van onmacht door een koor van politici en commentatoren die, steeds opnieuw, elke maatregel of uitspraak van De Wever proberen af te breken, vooral als het tegen het zogenaamd progressieve en politiek-correcte gedachtegoed van onze traditionele machtsstructuren, en van hun slippendragers in de media, indruist.

Terwijl de grenzen van het toelaatbare in onze moderne, complexe samenleving niet steeds scherp afgelijnd of zwart-wit kunnen zijn, is het duidelijk dat de modale hedendaagse burger hunkert naar wat meer grenzen, en dat hij daartoe een democratisch krediet geeft aan diegenen die zijn of haar mening delen. Waarom zou elke loketbediende in Antwerpen geen leuk sinjoren-uniform aangepast krijgen, met een paar netjes ingekleurde horizontale strepen en een kepie als toemaatje? Ongetwijfeld is dat geen wondermiddel, maar hopelijk leidt het tot wat verzoening?

Grimbergen, 4 februari 2013

  • Comments(1)//blogs.grimburger.com/#post19