Along the Silk Road

Along the Silk Road

Overland from the Atlantic to the Pacific

Travelling the Silk Road in 2013

Oezbeekse Parel

nederlandsPosted by grim(m)burger Sun, June 09, 2013 19:06:04

Na nog maar eens een verfrissende douche bij aankomst in het hotel, te midden een langbruinbenige schare van jeugdige tennisspeelsters, bracht onze eerste avond in Bukhara snel aan het licht dat deze stad een trekpleister voor toeristen is. Niet alleen hoor je hier allerlei Europese talen, ook de “Rue des Bouchers” is van de partij. Laurent, onze ervaringsexpert, liet zich niet vangen door witte tafellakens, omzoomd door sprankelende paraplufonteintjes! Als een kip 35000 som kost, dan is dat afzetterij, betoogde hij – om van de kwaliteit nog te zwijgen.

Vijfendertigduizend? Juist, het geld is een merkwaardig verschijnsel: voor één briefje van honderd dollar krijg je hier 210 à 250 briefjes van duizend “som” cadeau. De som is de munteenheid, die dagelijks wat minder waard wordt, naar het schijnt. Omdat een briefje van duizend de grootste denominatie is, wordt vingervlugheid in het tellen hier tot een cultus verheven. Als gevolg van die woekerprijs, besloten we de kat uit de boom te kijken en nog wat van de oude stad te verkennen. Madrassa’s, wat moskeeën en bazaartjes kwamen we tegen, maar restaurants niet. Een taxi chauffeur stelde voor om ons naar een authentiek Oezbeeks restaurant te brengen: Ismail, buiten het centrum.

‘Ismail’ bleek een eettuin te zijn, met allerlei verschillende set-ups: gezellig met zes aan een tafel onder een hoog houten plafond, luidruchtig met twintig aan tafel onder luifels en knus met twee aan een tafel, naast een gedrapeerd gordijn. Doorheen dit alles galmde een muziekinstallatie met een “professionele mmezinger, moderne Oezbeekse klanken producerend. Alles tezamen oogde het een beetje neo-Breugheljaans. Naast een lekkere soep, hebben we een specialiteit van schaap op het bord gekregen, met rijst en frietjes (jajaja!). De obligate fles wodka kostte slechts 15000 som, evenveel als twee flessen kersensap plus twee flessen spuitwater. Het schaap was blijkbaar in een broodoven gebakken en zeer lekker. Voor deze smulpartij hebben we per man acht Euro betaald, wat zowat dertig procent minder is dan voor “de kip in het oude centrum”. Onder de luifels werd er volop gedanst toen we weggingen: bij de Oezbeken is elke diner “dansant”.

Vandaag mochten we uitslapen: het wandelbezoek aan Bukhara werd op gang geschoten om half tien. Ter herinnering: de temperatuur was op dat moment al opgelopen tot 34°C. Onder leiding van een jonge gids, die onwillekeurig aan een nakomeling van Genghis Khan deed denken, kregen we les geschiedenis, in de schaduw van de bomen die de plaats markeerden waar in 800vC de stad werd gesticht. Bukhara heeft qua “historische evenementen” veel gemeen met Merv, in Turkmenistan. De Gouden Horde heeft ook deze stad in de dertiende eeuw met de grond gelijk gemaakt. In tegenstelling tot Merv is Bukhara echter heropgebouwd en groeide ze uit tot het centrum van de Zijderoute tussen 1300 en 1600. Drie bazaars, elk met hun eigen specialiteit, fungeren tegelijk als ruilplaats en stadspoort langs de belangrijkste invalswegen.

De bloei en welvaart vonden hun neerslag in prachtige religieuze gebouwen. Vooral de Grote Moskee (die enkel voor het vrijdaggebed wordt gebruikt) is een architecturaal pareltje. Tussen haakjes, Oezbekistan is een seculier land, waar religieuze overtuiging een persoonlijke zaak en beleving is. Terwijl lange broek voor mannen en een bedekt hoofd voor dames een voorwaarde zijn om een moskee of madrassa binnen te stappen, ziet men hier geen nikab en zeker geen burka. Dit alles stemt tot nog meer nadenken bij het extremisme in de Arabische wereld, evenals in West-Europa. Men kan moeilijk voorbij aan het feit dat extremisme, zoals bijna altijd het geval is, gelinkt is aan mensen of structuren die macht willen verwerven of behouden.

Na een wandeling van vier uur doorheen deze stad met zijn talloze bazaars en vriendelijke mensen, zijn we – op voorspraak van onze gids – “plov” gaan eten in een volksrestaurant, buiten het centrum. “Plov” is een rijstschotel die wat weg heeft van paella, echter zonder saffraan, en met runds- of lamsvlees. Dit natuurlijk darmdammend voedsel hadden we, uitgehongerd als we waren, binnen het half uur verorberd. De meeste collega’s gingen daarna wat rusten: zware maag en loden warmte zijn daarvoor excellente katalysatoren.

Alexander en ikzelf hebben ons, verkleed als tenniscoach, in een nokvolle “tennis shuttle”, samen met vijf speelsters en hun coach, van ons hotel naar het stadion laten voeren, waar een ITF tornooi plaats vindt. Vandaag werden er enkel kwalificaties gespeeld. We hebben een Nederlandse gadegeslagen, niet mis - haar tennisspel. Na haar overwinning mochten we samen op de foto, en we hebben haar beloofd om in augustus te gaan kijken, als ze naar Koksijde komt.

Nu nog douchen, wat eten en de blog op de website zetten. Morgenvroeg rijden we naar Samarkand… naar verluidt verblijven we daar in het mooiste hotel (“President”). Benieuwd wat er daar allemaal zal werken!?

Bukhara, 9 juni 2013

  • Comments(0)//silkblog.grimburger.com/#post23

Turkmenistan: tot de finish

nederlandsPosted by grim(m)burger Sun, June 09, 2013 14:48:06

Een constante van de voorbije week was de afwezigheid van internet op de plaatsen waar we hebben overnacht, uitgezonderd in Ashabad. Dat heeft vooral te maken met het feit dat alle hotels in Turkmenistan in feite in de Sovjet tijd zijn opgetrokken of, later, op dezelfde manier zijn nagebootst. Vandaag hier in Bukhara is het niet anders: “Grand Hotel Bukhara” is een neocommunistische blokkendoos met wat manke glitter in de inkom, doch meestal vuil en vies, kapot of onbetrouwbaar.

Het lijkt me een goed idee om de tocht door Turkmenistan eens te belichten vanuit het perspectief van de ongemakken. Hoe we bij het slapengaan verwachtingen hadden over de komende dag, en bij het einde van de dag over de nakende avond. Het gezegde dat je beter niets moet verwachten, zodat je niet wordt ontgoocheld, en alles wat je krijgt als een geschenk is, wordt in deze streken elke dag bewaarheid.

Om de hiernavolgende anekdotes wat te kaderen is het goed om weten dat we sinds we vertrokken op maandagmorgen in Balkanabat een twaalf honderd kilometer hebben afgelegd over doorgaans archi-slechte wegen en dat we, met uitzondering van Ashabad, elke dag van slaapplaats hebben gewisseld. Daarnaast is het gedurende die vijf rijdagen steeds warmer geworden; was het eergisteren nog slechts 40°C onderweg dan hebben we vandaag, in een windloze bakoven, 51°C gemeten.

Los van de palias-par-terre in No-khur zijn we deze week steeds in mooi uitziende hotels ondergebracht. Soms begon de hindernissentocht bij de registratie: hebben we allemaal een kamer? Heb ik een single? Als dat in orde was (één keer helemaal niet), was de vraag “is er internet”. Dat is eigenlijk (tot vandaag in Uzbekistan waar het alleen in de Lobby Bar werkt), nooit beschikbaar geweest.

Binnen op de kamer begin je eerst een ontdekkingstocht voor de essentiële noden. Ik denk dat , op uitzondering van een bed, ik de meeste normale dingen wel eens heb moeten ontberen. Een waslijst van de ontbrekende of kapotte dingen?

- licht in de badkamer werkt, maar niet in de kamer – en omgekeerd

- op TV sneeuwt het bijna altijd, ook al is het buiten 45°C (gelukkig kijk ik nooit)

- zeep en shampoo zijn nergens te bekennen (geen nood want dat heb ik altijd bij)

- de knop voor de air conditioning is onvindbaar zodat je ze niet kan afzetten; in twee gevallen was dat belangrijk, want er kwam enkel warme lucht uit

- met de watersproeier moet je voorzichtig omgaan want je kan niet voorspellen waar of wanneer hij gaat sproeien

- de doorspoelknop van het wc staat scheef zodat er een minuutje duw- en trekwerk nodig is om hem in de beginstand te krijgen

- de kleine frigo is nieuw maar leeg, en dikwijls niet aangesloten (zodat je de nieuwe dag in de auto met warm water moet beginnen!)

- er is geen drinkwater voorzien (kraantjeswater is enkel voor wassen!)

- je hebt een balkon maar de deurklink is stuk

- je hebt een bureautje maar geen stoel

- je hebt een bureautje maar de fauteuil is veel te laag om erop te kunnen werken

- de lift gaat tot op de begane grond maar de buitendeur blijft op slot, zodat je van en naar de lobby met je bagage achter je aan: 20 trappen hoger of lager

En dan zwijg ik over vuile tapijten, douchegordijnen met zwarte aanzetsels aan de onderkant, wc papier met gaten of wc papier met lichte coatchouc vermengd, kuipvormige matrassen en halve hoofdkussens, donkere gangen die het moeilijk maken om je kamer te vinden (laat staan een sleutelgat). Kortom, aan deze kant van de Kaspische Zee ben ik nog geen hotel tegengekomen dat “gewoon in orde” is, zonder luxe en zonder meer.

Naast de uitrusting van de kamer zijn er heel speciale ervaringen, eigen aan de hete rit door de woestijn. Als je de bagage uitpakt is alles zeer warm. Dat heeft zo zijn gevolgen voor de “hygiëne”. Warme zeep zeept veel meer dan koude (niet slecht, want we zijn zéér onfris bij aankomst). De shampoo op je hoofd maakt je hersenen nog gevoelig warmer (koud douchen vooraf en achteraf is een remedie). De tandpasta spuw je uit, want er is absoluut niks fris meer aan! Elektrisch scheren is meestal een moeilijke taak wegens o.m. te warm, te weinig licht, te veel zweet. Als het toch lukt, is de reflex om wat aftershave te gebruiken: mis poes, recht uit de valies ruikt en voelt die als perzikensiroop…

Gelukkig hebben we een koelbox in de wagen, op de batterij. Bij de huidige buitentemperatuur hebben we water van rond de 25°C: heerlijk koel, als je in de wagen zit! Hou je de fles een half uurtje tussen de benen, dan is het water helemaal “geacclimatiseerd” en béikes-warm. Mijn diarree lijkt na een dagje rijden helemaal opgedroogd – in die hitte is dat geen verrassing. Toch heeft vandaag omzeggens iedereen in de groep last van diarree, ook al mijden we elke bron van microben (verse groenten, ijsblokken in drankjes, vuile vingers) als de pest. Vandaag kon je ook het stuurwiel niet “herpakken” om te draaien, zonder onmiddellijk terug te lossen wegens een brandend gevoel in de vingers. Goed nieuws is er van de kant van de insectenbeten: mijn armen en benen staan vol, zodat er geen plaats is voor nieuwe!

Wat dit allemaal met een mens doet is niet in een paar zinnetjes te vatten. Eén ding weet ik zeker: de smaak van een flesje koel, mineraal spuitwater is iets waar je uren naar uitkijkt als een genotsmoment. Ook de eerste pint – dikwijls Tuborg (4%) – is zo een genoegdoening. Overdag wordt er trouwnes nooit alcohol gedronken, wegens nultolerantie. Een kamer waar de airconditioning echt werkt is gewoon schitterend want het is een belangrijke factor voor een min of meer regelmatige slaap.

Inmiddels heeft mijn camera zoomlens het begeven, geblokkeerd op groothoek stand. Moet er nog (meer) zand zijn? Blijkbaar moet ik wachten tot Tasjkent alvorens we serieuze fotozaken kunnen vinden. Dat betekent dat Bukhara en Samarkand grotendeels via “het kleine otomatikske”” zullen worden gekiekt. Ik kan me ondertussen ergere dingen voorstellen.

En ja, gisteren (vrijdag) hebben we ook volle drie uur gespendeerd in de ruïnes van Merv. Deze stad, gesticht in 800 v.C was rond de elfde en twaalfde eeuw het centrum van de zijderoute. De zoon van Genghis Khan heeft er iedereen vermoord, en alles platgelegd in 1221, lang nadat eerst Alexander de Grote, en later de eerste volgelingen van Mohammed, de stad hadden op de kaart gezet, respectievelijk uitgebreid. Ruïnes zeggen meestal niet veel, maar in Merv hebben ze een exotisch tintje dat de geschiedenis doet herleven.

Toen we vanmorgen rond 9 uur de Amy Darya, de rivier die me altijd deed dromen van Alexander - de Grote -, lag Turkmenistan bijna achter ons. Zes uur later, om drie uur in de bloedhete namiddag, hadden we het gepresteerd om door de beide douanezones te laveren en, voor alles, uit de priemende zon en uit de verschroeiende stralen te blijven….

Bukhara, 8 juni 2013

  • Comments(0)//silkblog.grimburger.com/#post22

Terloops

nederlandsPosted by grim(m)burger Sat, June 08, 2013 15:43:00

Beste Zijderoute Volgers,

We zijn zopas gearriveerd in Bukhara, Uzbekistan, knooppunt van de zijderoute. De buitentemperatuur is opgelopen tot 51°C terwijl we aan het rijden waren.

In Bukhara begint er straks een afsluitingsfeest van de Centraal Asiatische Olympiade. Alle verkeer is gebannen. We moeten binnen een half uur te voet naar de "oude stad" stappen om wat eten te vinden, en vooral drinken. Ik drink de laatste dagen zowat 5 liter water per dag, meer dan één liter bier en dan nog wat cola en spuitwater (als het te vinden is).

Morgen bezoeken we de monumenten van de zijderoute maar ik vrees dat - niettegenstaande de air conditioning - de slaap slechts met horten en stoten zal komen. Trouwens, inmiddels heeft quasi-iederen in de groep buikloop. Dat komt de nachtrust voor velen ook niet ten goede.

Het internet werkt hier enkel 'per uur', en slechts inde lobby bar waar je ook uitbundig kan drinken! Zopas een halve liter cola in twintig minuten en het spuitwater staat al klaar....

Morgen schrijf ik een samenvatting over de "kleine dingen" van Turkmenistan!

Bukhara, 8 juni 2013

  • Comments(0)//silkblog.grimburger.com/#post21

Confrontatie in Ashabad

nederlandsPosted by grim(m)burger Sat, June 08, 2013 15:27:07

In zijn recent boek “Thinking fast and slow” geeft Daniel Kahneman, gelauwerd psycholoog en economist, duiding over de werking van onze hersenen bij het oordelen over en inschatten van problemen. Hij onderscheidt twee systemen: het eerste, snelle, intuïtieve oordelen en het tweede, trage, (meer) beredeneerde oordelen. Ik moest aan het boek terugdenken bij ons bezoek aan Ashabad.

Ashabad is een unieke stad. Terwijl het intuïtief denken dikwijls de bal misslaat, ook in normale omstandigheden, blijft het unieke altijd een uitdaging voor onze standaard reflexen. Zij worden immers vooral gevormd door gewoonten. De commentaren in onze groep bij het bezoeken van deze “Witte Stad”, gesproken uit de buik van ons aanvoelen en onze intuïtie, waren daarvan een mooi voorbeeld.

De “Witte Stad” dankt haar bijnaam aan de witte gebouwen, in het nieuwe, zuidelijke gedeelte. In het woongedeelte ervan worden de zeer brede lanen geflankeerd door uniform witte appartementsgebouwen, tot twintig verdiepingen hoog. Het zou me verbazen mochten dat allemaal marmeren gevels zijn, maar in de ministeriële wijk zijn de paleizen wel degelijk opgetuigd met marmer. Neen, niet zomaar marmer, maar heel dikwijls Carrara marmer. Het presidentieel paleis spant de kroon met drie gouden, glinsterende cupola’s.

Daarnaast staan er een aantal “monumenten”, een erfenis van de overleden Turkmenbashi: Onafhankelijkheid (‘91), Neutraliteit (‘95), Aardbeving (‘48), Tienjarig jubileum (’02). Het éne is al grootser dan het andere, met een overvloed aan schaarse bouw- en grondstoffen (zoals bv. water). Het gebruik daarvan moet, zoals dat ook in onze contreien het geval is, een symbool zijn van macht en rijkdom van de bouwers. Megalomanie, en ongehoord, klinkt het bij de schare bezoekers – en smakeloos.

Onderwijs, gezondheidszorg, betaalbare behuizing is er hier voor iedereen. In de oude stad is het leven relax, lijken de mensen voldaan en loopt de meerderheid van de dames er gracieus bij. In de nieuwe stad zijn de voetpaden leeg en zindert de hitte, terwijl een handvol (schone) auto’s tussen twee opeenvolgende lichten laveren. Het lijkt allemaal chirurgisch rein, zonder winkeltjes zelfs. Dit is mensenvreemd, hoor ik zeggen.

Tussen de monumenten door dacht ik aan Versailles, en aan de Zonnekoning. En aan al die arme stakkers in Frankrijk die darvoor geofferd werden. Miljoenen bezoekers heeft Versailles inmiddels aangetrokken. Driehonderd jaar later is het megalomane paleis blijkbaar kunst geworden, ook al moest Louis XIV zijn onderdanen de oorlog injagen om zijn schulden af te betalen! De paleizen en kathedralen van Rome werden op dezelfde manier bedacht, en gefinancierd door (naar huidige westerse normen) onrechtmatig geldgewin van de kerk. Zelfs Houphoët-Boigny, President (en “Papa”) van Ivoorkust, presteerde het in 1985 om in zijn geboortedorp, plots de nieuwe hoofdstad van het straatarme Ivoorkust, een gigantische basilica uit de grond te laten stampen. Johannes Paulus II zag er ogenschijnlijk niet te veel graten in, en Felix behoorde tot zijn dood tot de vriendkring van Mitterand. Hoe zijn deze Turkmeense projecten anders te interpreteren dan met wat in Parijs, Rome en Yamassoukro geschiedde?

Wat betreft het leven zelf in het nieuwe gedeelte van de stad, zit ik met gelijkaardige vragen. Verdienen de infernale slums van Bombay een hogere waardering voor “menselijkheid”? Of is de chaotische willekeur in Cairo een gedegen alternatief? Maar misschien moeten we het zover niet zoeken: vele Amerikaanse voorsteden hebben brede straten met (dikwijls dezelfde) huizen, omzoomd met schaduwrijke bomen, op een lap grond van tachtig vierkante meter, afgeschermd met een twee meter hoge schutting. Overdag gebeurt er niks, en het dichtst bijzijnde shopping centrum is enkel met de wagen te bereiken. Een huis in een buitenwijk van Atlanta of een appartement langs een brede boulevard in Ashabad, wat is het verschil?

Het komt me voor dat, bij deze confrontatie met de enormiteit van wat er in Ashabad gedurende de laatste vijftien jaar is gebeurd, onze standaard reflexen deze witte stad als een witte olifant zien, en het leven hier als ‘niet zoals het hoort te zijn’. Wellicht zegt dat meer over onze opinies over vrijheid en democratie, dan over wat we objectief observeren. Laat me benadrukken dat dit alles uiteraard geen pleidooi is voor een “Witte Stad” project, noch voor het Turkmeens staatsmodel. Het is wel een aanzet tot relativering en tot historische reflectie. Terwijl we helemaal geen informatie hebben over wat er achter de schermen gebeurd, in termen van bv. repressie en spionage, zal de geschiedenis uiteindelijk oordelen over hoe de Turkmeense bewindvoerders het leven van hun volk gestaag hebben verbeterd, of niet. Democratie kan niet getoverd worden, evenmin als vrijheid lang kan onderdrukt worden.

Omtrent de goede kwaliteiten van het leven hier, eindigde onze gids met “peace”. Badend in de luxe van een zeventig jaar durende vrede, kunnen wij, Belgen, schouderophalend verklaren dat vrede toch een doodgewone verworvenheid is? Ik stel me voor dat een meerderheid van Afghanen en Syriërs vandaag heel wat veil zouden hebben voor dat éne ongrijpbare goed: vrede.

Moge de vrede altijd met de Turkmenen zijn, en moge de vrijheid kiemen en bloeien.

Ashabad, 5 juni 2013

  • Comments(1)//silkblog.grimburger.com/#post20

Het Land rond de Kaspische Zee

nederlandsPosted by grim(m)burger Thu, June 06, 2013 04:14:28

Belofte maakt schuld; ik moet de bezienswaardigheden van de Kaspische Zee nog eens onder de loupe nemen, want mede door de reisperikelen zijn de steden en landschappen wat op de achtergrond gedrongen.

Laten we beginnen in Baku, waar ik exact een week geleden toekwam. Deze stad is één van de eerste steden in de wereld waar met olie geld werd verdiend, veel geld. Het was snel ook een van de havensteden met de grootste vervuiling. Terwijl dat laatste vandaag niet letterlijk en figuurlijk aan de oppervlakte drijft, ondersteunt de reuk (als de wind uit de goeie richting komt) het vermoeden dat de pollutie niet is verdwenen. Maar de stad zelf heeft een lange weg afgelegd naar rehabilitatie.

De oude stad, daterend uit de 15de eeuw, is prachtig gerestaureerd en heeft charmante hoekjes, rustig en toch bezig. De nieuwe is een toonbeeld van moderne architectuur waar, naast het frivole paleis van Eurosong 2012, een imposant trio torengebouwen staat, ’s avonds verlicht als likkende vlammende, kilometers ver zichtbaar. Alles is hier te krijgen, inclusief de topmerken (de privé residentie van de Belgische ambassadeur is boven Hermès – stijl!).

In Baku wordt het snel duidelijk dat, hoewel vele mensen de islam beoefenen, dit land eigenlijk seculier is. Langs de promenades flaneren getoiletteerde vrouwen, allemaal met lang zwart haar en meestal hoge, dunne hakken. Dat de machthebbers (De familie Aliyev en een twaalftal andere families) niet gespeend zijn van wat megalomanie blijkt uit de “Promenade des Anglais” langs de kustlijn, en de aanwezigheid van o.m. een exacte kopie van het Negresco hotel in Nice (hier Four Seasons). Het is ongetwijfeld aangenaam wonen in Baku, zeker als je over een beetje geld kan beschikken!

Turkmenbasy is daarentegen een “dump”, of een gat, zij het, naar verluidt, met een populair strand. We hebben er weinig van gezien want tussen één uur “s nachts en acht uur ’s ochtends is er niet al teveel licht. Over licht gesproken: we logeerden in één van de betere hotels van de stad: mooi wit, grote lobby, enorme vierkante eetzaal, met zwembad en fitness. Echter was er bij de helft van ons iets mis met de verlichting, en in het zwembad stond er geel water. Zelf had ik eerst kamer 605 waar er helemaal geen licht was (voor de goede orde, dit was bij aankomst na 48 uur ‘overtocht’, om 1 uur in de ochtend). Geen nood, ze zouden een elektrieker meesturen. Toen ik dat weigerde kreeg ik een andere kamer: 810 zonder licht in de badkamer. Mij wassen dat ging (want ik weet alles aan mijn lijf nog zijn) maar me scheren heb ik achterwege gelaten.

De tocht naar de Yangykala Canyon was bijwijlen adembenemend, zowel door de staat van de weg, als door de off-road stukjes in het zand, als door de vergezichten. De canyon zelf is een impressionante verzameling van veelkleurige rotspartijen en sinueuze insnijdingen. De gids vertelde ons dat dit de oude bedding van de Amy Darya was, een machtige rivier, die vroeger uitmondde in de Kaspische Zee. Wegens het optillen van de bodem, miljoenen jaren geleden, verlegde de rivier (ook bekend onder de naam Oxus) haar loop, naar het Aralmeer. (Dat staat nu droog omdat de Russen in de vijftiger jaren een elfhonderd kilometer lang kanaal hebben gegraven, om in het Zuiden van Turkmenistan water te brengen!)

Hoewel Balkanabat, onze volgende slaapplaats, niet direct in de woestijn ligt, want dichter tegen het kustgebergte, is het omgeven door zand en stenen. Net als Baku was de kleine stad een pionier in oliewinning, maar met de uitputting van de reserves, is ze terug in slaap gevallen. Het mooie hotel Nebitchi was onze eerste deftige slaapplaats in vier dagen. Hoewel het een concours had gewonnen voor zijn stijl en charme, waren de kamers meestal karig bezet. Toerisme is geen business van nationaal belang.

Alvorens we in Ashabad voet zouden zetten, hadden we afspraak in No-khur. Dit bergdorp van twee duizend inwoners, genesteld in het grensmassief met Iran, is een oase van dagelijks herders- en boerenleven. Er zijn geen hotels maar wel “homestay”. Volgens de autoritaire gids “Lonely Planet” is het huis van “Gaep en Ennebui” de beste plek. Die plek had onze gids uitgekozen. Los van de pijnlijke ongemakken bij het slapen, is het best een leuke en unieke ervaring, vooral dat laatste (hopelijk). In No-khur achtten ze zich afstammelingen van de Grieken (en Romeinen) en huwen quasi nooit met buitenstaanders. Hier is het ook officieel toegestaan voor een man om drie vrouwen te huwen. Wat me verbaasd heeft, is dat de inteelt vooralsnog (na twee duizend jaar) geen al te catastrofale gevolgen heeft gehad. En, het moet gezegd, er lopen hier veel blauwogigen, wat men niet verwacht in een zuiders land! No-khur is zonder meer een uitstap in de geschiedenis, terug naar veel vroeger.

Wat we, in het algemeen gesproken, op alle plaatsen hebben gevonden, “s morgens, ’s middags en ’s avonds, zijn de flatscreens die continu hangen te blèren. Verrassend genoeg worden deze mensen, die toch relatief traditioneel leven, overspoeld door hetzelfde soort van plastieken erotiek en postmodern gejangel die ons ook in het Westen ten deel vallen! Het Russisch mag dan al als taal in verval zijn, de Russische mtv-achtige programma’s ontbreken zelfs niet op het ontbijt. Terwijl het regime redelijk wat excentriciteit verbiedt, blijkt al deze rommel wel de rust te mogen verstoren! Het zegt heel veel over de macht van de hedendaagse media …

Morgen zijn we in Mary, vlakbij een andere hoofdstad: Merv of Margiana, een historisch centrum op de Zijderoute.

Ashabad, 5 juni 2013

  • Comments(0)//silkblog.grimburger.com/#post19

De Reis en de Bestemming

nederlandsPosted by grim(m)burger Wed, June 05, 2013 05:25:59

Ik ben nu in Ashabad, Turkmenistan. Vijf dagen geleden begonnen we, vol goede moed, aan het traject van Baku tot hier. Vijf dagen zonder internet, maar dat was slechts een klein ongemak (hoewel wat frustrerend). Het verhaal over de Kaspische Zee heb ik zopas gepost, chronologisch omdat het mij op die manier het meest tekende leek. Hieronder schets ik kort wat er in de voorbije drie dagen, op de route Turkmenbashi tot Ashabad, zoal het nieuws heeft gehaald. Morgen zal ik wat inhoudelijk duiden over de plaatsen die we bezochten.

Weet dat ik vanmorgen geveld werd door de Centraal-Aziatische microbe, die diarree tot gevolg heeft. Of dat te maken had met de landelijke keuken, met de plots invallende hitte of met oververmoeidheid (ja, u leest juist!) is me een raadsel. De eerste paar dagen op Turkmeens grondgebied bleef de temperatuur best aangenaam, zo een 30°C, een zacht windje en heel droog. Eergisteren kwam, zonder waarschuwing, plots de hitte opzetten: nevel-zwangere lucht, windstil en meer dan 40°C.

De eerste dag (zondag) viel nog best mee, al was het maar omdat we een aangenaam hotel hadden in Balkanbat, om uit te rusten. De 320 kilometer lange tocht door de Karakom woestijn was echter wel uitputtend, ook omdat de weg, meestal wat asfalt gemengd met grint en onzichtbare putten, in uiterst slechte staat was. Door het zand ploeteren in de 4x4 was dan weeral “fun”, maar de wagens dienden grondig gepoetst bij aankomst. (In Ashabad kan je trouwens een boete krijgen voor een vuile wagen).

Gisteren en vandaag waren eigenlijk een hel, om vele redenen. De weg van Balkanabat naar No-khur staat aangeduid als een hoofdweg, en verbindt het Noorden met het Zuiden van het land. Echter was deze weg nog veel slechter dan wat we in de woestijn hadden onder de wielen gekregen. Het was een lappendeken van verschillende soorten asfalt, diepe putten (“potholes”, zoals in alle landen met zware winters) en veelvuldige bulten. In tegenstelling tot de dag tevoren werd er hier wel door de lokalen negentig per uur gereden! Soms reden we gedurende kilometers achter mekaar in colonne (alles is hier in colonne, onder leiding van een staatsgids met auto) … op de linker rijstrook. Af toe moest er serieus worden geslalomd en op momenten was het vermijden van gaten onmogelijk. Driehonderd kilometer van dat soort autoweg is moordend.

Tot slot kregen we de beklimming naar No-khur: dertien kilometer verharde en uiterst stoffige grintweg met veel grote stenen. Een half uur omhoog, maar toen we aankwamen bleken we geen toestemming (meer?) te hebben om in de “homestay” te overnachten! De gids besloot (om God weet welke reden) verder te klimmen, nog tien kilometer over slechtere en steilere paden. We hielden halt op een mooi, glooiend plateau, in een soort keteldal op 20 kilometer van de Iraanse grens. De laatste kilometers was de weg helemaal verdwenen. Het was nu half negen ’s avonds. Daar kamperen bleek geen optie. Terug naar beneden en, wonder boven wonder, mochten we nu wel overnachten in de ‘homestay’.

‘Homestay’ is een familiehuis waar we met zijn negentienen in een aanvankelijk zwoel bijhuis “palias parterre” deden. Na een kom rijst en een paar bananen (en wat wodka tegen de microbe) was het tijd om … af te zien. Op de harde ondergrond was op een zij slapen geen optie, mijn heupbeenderen protesteerden continue. Bij het opstaan – om zes uur – was het dan zover: diarree. Mag ik er aan toevoegen dat de sanitaire installaties ook niet van-je-datje zijn! Mijn hernieuwde kennismaking met een landelijk toilet in een Turkmeens huis was een experiment dat niet in alle opzichten een succes kan genoemd worden. (Uit welvoegliujkheid zal ik daar niet verder op ingaan)

De rest van de weg naar Ashabad, vanuit No-khur, was geen pleziertje. Ik voelde me gammel. Na voorzichtig wat cola te hebben gedronken ging het in mijn ingewanden wat beter, maar de hitte maakte van me een vod, flanellen benen incluis. De weg was wel, naar inheemse maatstaven, in orde, zodat het schokken en schommelen achterwege bleef. Maar de hete lucht die door al de vensters naar binnen stroomde was ondraaglijk. Bij aankomst in het hotel heb ik me bij mijn teamgenoten verontschuldigd en ben ik zonder veel omkijken naar de balie gelopen. Een kwartier later nam ik een koude douche, en dan kroop ik onder de lakens. Na drie uur voelde ik me wat beter. Inmiddels heb ik wat gegeten, en ben ik nu aan het schrijven. Het zal wel loslopen zeker?

De reis zal wel belangrijker zijn dan de bestemming!

Ashabad, 4 juni 2013

  • Comments(3)//silkblog.grimburger.com/#post18

Moe makkis in de kasp..sen?

nederlandsPosted by grim(m)burger Tue, June 04, 2013 18:49:15

Afgezaagd en oud is het refreintje. Maar het nieuwe stroofje dat ik in de voorbije dagen heb gezongen, is dat allerminst. Evenmin is het echt plezant. Ik heb nooit het Inferno van Dante gelezen, maar de overtocht van de Kaspische Zee aan boord van het vrachtschip wiens naam ik niet wens te onthouden, was redelijk infernaal. Gelukkig waren er geen stormen gedurende de achttien uur durende overtocht, zoniet had ik zonder enige twijfel een bijbels verhaal kunnen schrijven, à la Ark van Noë.

Omdat vrije tijd nog steeds een zeer schaars goed is, ga ik het houden bij enkele feitelijke dingen en een simpele chronologie. De overtocht van Baku naar Turkmenbashi (in Turkmenistan) is ongeveer driehonderd kilometer. Bij ons vertrek was de Kaspische Zee zeer kalm. De schepen die de ferrydienst verzekeren, hebben geen vaste uurregeling. In feite vertrekken ze als ze (naar de mening van de kapitein) afgeladen vol zijn.

Op woensdagavond werden we ontvangen door de Belgische ambassadeur in Baku. Enkele lekkere hapjes, een paar glaasjes wijn en, voor de liefhebbers, een Duvel als slot. Daarna begon de kruistocht. Chronologisch is hetgeen volgt het relaas van onze ervaring met deze ongeregelde dienst.

Donderdag 30 mei

11:00 Telefoontje dat de chauffeurs zich met de wagens konden aanbieden voor de douane en ticketverkoop

12:00 Vertrek naar de douane, op een klein uurtje in orde

13:00 Aankomst bij ticket kantoor, één uur wachten alvorens zekerheid betreffende tickets

14:00 Binnenrijden op de “neutrale zone” en administratie voor tickets (voertuigen en individueel afzonderlijk, resp. $70 per lopen meter en $100 per persoon)

16:15 We kunnen terug naar de stad, per taxi. Wij krijgen vanavond na zes uur een seintje om terug te keren en in te schepen

21:00 Een seintje: het schip vettrekt vandaag niet. Punt.

23:30 Eindelijk in een hotel onderdak gevonden (waar de prijs contant, in dollar, 20% lager is dan met kredietkaart !)

Vrijdag 31 mei

09:00 Ontbijt, zonder verder nieuws

10:30 Gelieve naar de haven te komen voor inscheping en administratie voor het verlaten van Azerbeidjaan

13:45 Voertuigen rijden tot aan het schip; worden verzocht zich langszij te parkeren op de kade; na enkele minuten kunnen we individueel aan boord gaan, maar voertuigen blijven staan (terwijl brandweerwagens worden aan boord geladen. We worden rondgeleid om “kajuiten” te kopen (ik beland met vier anderen in een kajuit van 10m², één douche en één wc zijn bestemd voor al de medereizigers, voornamelijk camioneurs)

14:30 Onze auto’s worden aan boord gereden

17:00 Alles schijnt geladen – de laaddeur gaat dicht

19:00 De laaddeur gaat open en enkele opleggers rijden uit de buik.

23:45 Na wat herladen, gaat de deur terug dicht

Zaterdag 1 juni

01:00 Motoren starten, schip vertrekt

02:00 We stoppen met kaarten (kleurenwies) en gaan naar bed

06:00 Zonsopgang, kalm en zacht

13:00 Lunch: kippensoep, en daarna rijst met kip

17:00 Na 18 uur op zee meren we aan in Turkmenbashi

19:30 We rijden met onze auto’s van het schip naar de grenspost

21:00 De personen zijn eindelijk geklaard door de grenspolitie, nu nog de auto’s

23:30 Na een traject waarbij we per auto 12 handtekeningen en stempels hebben verzameld, zegt de hoofddouanier dat hij onze koffers wil laten onderzoeken. De persoonlijke bagage wordt gescand, en goed bevonden

Zondag 2 juni

00:10 We starten de motoren en rijden naar de uitgang van het douane complex. Een jonge soldaat stopt de colonne aan de ingang, en spreekt in zijn mobilofoon. Na enkele minuten komt er een beambte zeggen dat er nog een dienst zijn toestemming moet geven. Het blijken er twee te zijn.

00:35 Herstarten van de motoren en permissie om verder te rijden. Onze gids (verplicht bij ons voor de rest van de reis) rijdt in eigen wagen voorop. Bij de hoofdingang van het havencomplex worden we opnieuw gestopt. Na wat wachten blijkt dat we het bewijs van betaling moeten tonen.

00:50 Eindelijk in Turkmenistan

01:00 Kamer toegewezen in mooi uitziend hotel, waar redelijk wat dingen niet werkten

01:30 Na 48 uur ‘labeur’ eindelijk een koude Tuborg ($7) en in bed.

Turkmenbashi, 1 juni 2013

  • Comments(0)//silkblog.grimburger.com/#post17

Oponthoud

nederlandsPosted by grim(m)burger Fri, May 31, 2013 05:41:12

... hopelijk zeer tijdelijk.

De ganse donderdagmiddag en vooravond hebben we in Baku voorbereidselen getroffen om in te schepen. Dat bestond voornamelijk, om niet te zeggen uitsluitend, uit wachten.

De chauffeurs begonnen aan hun werk om twaalf uur. Eerst kwam de douane aan de beurt (een half uurtje), dan het kopen van tickets (een uur in de blakke zon), vervolgens het schrijven van de tickets voor de wagens en het toelaten van de wagens in de laadzone (anderhalf uur), en tenslotte uit uitschrijven van de passagierstickets (nog een uurtje).

Daarna terug naar de stad, wachten in de schaduw van bomen of paraplu's op het terras van een café, langs de "Promenade des Anglais" (een kopie van Nice). De oproep om te vertrekken kon elk moment komen! Ten laatste om 21u zouden we vertrekken.

Om negen uur kwam de "call": afgelast, wachten tot vrijdagmorgen om 10u30. De reden voor het uitstel bleek een gebrek aan cargo te zijn: voor een handvol camions en zeven vlasrouterkes vertrekt het schip niet. De miserie van het zoeken van een hotel-voor-de-nacht en recuperatie van wat bagage-voor-één-nacht in de haven, zal ik jullie besparen.

De nieuwe vrijdag kondigt zich zonnig aan. Bidden zal niet helpen, klaar staan blijft de boodschap. Welkom in Centraal-Azië, zeggen de experten.

Baku, 31 mei 2013

  • Comments(2)//silkblog.grimburger.com/#post16
« PreviousNext »