Along the Silk Road

Along the Silk Road

Overland from the Atlantic to the Pacific

Travelling the Silk Road in 2013

Groene Energie

nederlandsPosted by grim(m)burger Wed, May 29, 2013 14:24:15

Voor alle duidelijkheid: dit is geen artikel over wind-, zonne- of bio-energie, wel over een groen en energiek land en volk. Azerbeidjan is zo een land, en zo een volk: een boeiende combinatie van gebergte en vlakte, van olierijkdom en ontwikkeling.

Maandagmorgen verlieten we de Kakheti regio waar wijnranken bijna in het wilde weg groeien, t.t.z. zonder veel merkbare menselijke hulp. Misschien moet Georgië deze wildgroei gebruiken als marketing stunt: “wilde druiven wijn” – zonder additieven, op antiek-Romeinse manier gevinifieerd – zoniet zullen ze zich in de internationale markt geen stek veroveren. Terwijl we Georgië buitenrijden, blijft de vraag hangen, over bergen en weiden: hoe moet dit land zichzelf redden, zelfs indien het hulp krijgt van vrienden?

Over de grensovergang met Azerbeidjan worden vele verhalen verteld, vooral wat betreft wachttijden en fouilleringen. Met Georgië zijn er slechts twee overgangen: wij kwamen binnen via de noordelijke. Behalve voor een handvol terugkerende Azeiri”s, een enkele Georgiër en een rondbuikige Duitser, waren er geen personenauto’s te bespeuren. De passagiers moesten uitstappen en te voet de overstap maken.

Het ging allemaal redelijk vlot, naar lokale gebruiken. Eerst paspoort controle, dan met de auto over een garageput parkeren, autopapieren afgeven, koffer openen en wachten. Het feit dat we met zeven “Vlasroute” wagens tegelijk op het toneel verschenen, maakte de procedure, wat betreft controle, wellicht makkelijker: we mochten uit onze laadbak twee zakken, naar keuze (!), halen om door de scanner te steken. Ik dacht dat de zak met de vuile was zeker geen kwaad zou kunnen – en kreeg gelijk!. Uiteindelijk moesten we een vol uur wachten tot de noodzakelijke administratie in orde kwam, met name verzekering en autotaks, en dat alles voor $55, cash.

Terwijl het landschap, in vergelijking met Georgië, lang hetzelfde beeld vertoonde, kon men er niet naast kijken dat de mensen vriendelijker waren en geïnteresseerder toekeken; ook de gebouwen zagen er steviger uit en in de kleine stadjes was er volop nieuwe constructie. In Azerbeidjan bewoog het één en het ander!

We zetten koers naar het plaatsje Sheki, een oude hoofdstad van een lokaal Khanaat. Het paleis is een pareltje van 18de eeuwse architectuur, opgetrokken zonder één nagel. We hebben er grijpklare moerbessen geproefd, recht uit de boom, waaraan ook de zijderups zich tegoed doet. Tot slot moesten we naar het dorpje Kisj, een paar honderd meter hoger en een tiental kilometer verder in de bergen. Hier lopen niet alleen de elektriciteitsdraden, maar zelfs de gasleidingen langs, en (hoog) over de puntige kasseistaatjes.

Voorlopig is de “homestay” in Kisj onze meest elementaire overnachting geweest. Luxe was er niet, nergens. In het bijgebouw vonden we zes kamers met enkele bedden, en één wankele douche, inclusief wc, voor een twaalftal vlasrouters. Naast dat wc stond wel een pot met straaltjeswater. De zeep om grondig de handen te wassen lag op de pompbak ernaast. Het ontbijt was eenvoudig, maar bood als verrassing confituur van rozenbottels en van druiven – een ontdekking. En de lucht was kraaknet, het gekraai van al de inwonende hanen kraakhelder.

28 mei bood zich aan zoals de voorbije dagen: wat zon, en buien. De Azeirische nationale feestdag heeft het misschien gemeen met de Belgische. Bij de afdaling naar Sheki moesten we voor het eerst alles (=Low 4x4) uit de kast halen wat de auto in zich had, om de smalle en glibberige kasseiweg het hoofd te bieden. En dan: op naar Baku, een driehonderdtal kilometer verder. De gids had er ons op gewezen dat de politie niet mals is: 50 in de bebouwde kom en 90 op de “autowegen” (=gewone wegen buiten de bebouwde kom). Het weer speelde helemaal niet in ons voordeel: buien en grijze nevels onttrokken de hoogste Kaukasus toppen aan onze gretige blikken. Het unieke aan deze bergketen is m.i. dat de boomgrens zeer hoog ligt en dat de hoogte van de opeenvolgende ruggen, in de as van het gebergte, gelijkmatig verhoogt. Zo krijg je het effect van groene golven. (De eerste sleutel voor de titel van vandaag!)

De wegpolitie had vandaag geen vrijaf; zij stonden overal te speuren naar snelheidsduivels. In dat opzicht scoren de Azeiri’s tussen de Georgiërs en de Turken. We stopten in een stadje bij een markt. Dat is net zoals in België op de markt, een vijftigtal jaar retro: ijzeren weegschalen met gewichten, groenten in zakken, balen en kratten, en een obligaat café met Turks bier (jawel!) en veel thee, geserveerd op een alombekende “toile cirée”, omzoomd door gammele plastieken stoelen waarvan elk zitje waggelt.

Toen onze honger bijna voorbij was, dook er een redelijk groot en (voor ons) ietwat normaal uitziend restaurant op. We besloten om mee aan de Azeiriaanse tafels te schuiven. Ik had ervoor de gelegenheid mijn eigen Russische woordenlijst bijgehaald om uit te leggen welke spijzen ons zouden kunnen bekoren. Nogmaals bleek dat de jongeren in Azerbeidjan geen Russisch meer spreken; tja, de val van de Soviet Unie is meer dan twintig jaar geleden en ik zou er niet verbaasd van staan dat het Russisch in de lagere school niet meer op het programma staat.

“Sashlik?” vroeg de jonge Azeiri. We knikken, “en pomodori, plus…”, nu knikt hij alsof hij weet dat we tomaten plus andere groeten willen. Dat we geen thee wensen, dat begrijpt hij niet. Alexander vergezelt hem naar de bar om cola en water mee te brengen. Naast heerlijke (=krokante) tomaten en komkommers, krijgen we drie bosjes groene groenten geserveerd: jonge prei, koriander en pijpajuintjes. De lamskoteletjes zijn overheerlijk gebraden. Ze worden geserveerd met een pikante tomatensaus, met veel estragon erbij. De prijs hadden we niet op voorhand afgesproken. Zevenentwintig manaten, konden we op zijn vingers tellen. Dat was een pak (1 manaat = 1 euro) in dit land. We namen het erbij!

De laatste honderd kilometer naar Baku is een verzameling landschapsjuwelen. Intussen was ook de zon wat doorgebroken. De uitlopers van de Kaukasus vormden schitterende hol-gebogen vlaktes, geronde lappendekens van veranderende schakeringen van groen, door de wolkenstroom telkens opnieuw herschilderd. Deze barokke beschrijving doet wat oneer aan de sierlijke eenvoud van wat we rondom ons zagen. Wat dichter tegen de Kaspische Zee, vernadert de dominante kleur naar oker; langzaam verandert de prairie in een woestijn, achter door wind geërodeerde heuvelruggen en enkele solitaire rotsformaties.

Fluitend reden we de laatste slingerende berg af. Een zot wrong zich tussen de dalende en stijgende autoslangen, in een zone van “verboden voorbij te steken”. Het scheelde geen haar (één haar is een maat voor 5 meter, als je tegen 90 per uur rijdt). In de laatste bocht zag Alexander de kans schoon om onze “groene” voorbij een ouwe vrachtwagen te slepen. Een brede rechte weg lag pal voor ons. Aan de linkerkant zette een politiewagen zijn rood-blauw zwaailicht aan. Ze knipperden met hun lichten. Voor ons? We reden minder dan negentig!

Middels een snelle U-bocht kwamen ze achter ons. Een oudere, ronde agent stapte uit zijn wagen en verscheen voor het open zijraampje. Met de vingers maakte hij, ingenieus, een beweging die we direct verstonden: handen naast mekaar met beide wijsvingers om beurt een stappende beweging. Voorbijsteken! Verboden!? In één gracieuze beweging ontwapende Alexander de man volledig: hij vouwde biddend de handen, net een uiterst devote uitbeelding van de Heilige Maagd. De politieagent glimlachte en zwaaide een arm boven zijn hoofd één maal in het rond. We keken mekaar aan: Azeirische gebarentaal is niet altijd éénduidig. Wanneer terug bij zijn wagen kwam, en wij nog geen aanstalten hadden gemaakt om te vertrekken, gebaarde hij nogmaals met de arm. We interpreteerden het als “ga maar, rechtdoor”. En zo geschiedde. Na dit voorval waren we er stellig van overtuigd dat de cowboyverhalen over corrupte politiemensen in Baku nonsens waren.

Baku begint voor je het beseft, op meer dan twintig kilometer uit de kust. Veelal nieuwe huisjes en galante appartementsgebouwen flankeren de westelijke invalsweg naar de stad van meer dan twee miljoen inwoners (25% van het land). Overal is er activiteit, weinigen zitten of hangen langs de straat. Hier vloeit en broeit etwat: de energie is er voelbaar!

De (dure) GPS leidt ons feilloos doorheen de uitgestrekte stad. In het centrum zijn er natuurlijk … files. Ons hotel ligt pal aan de zee. Dat verklaart wellicht waarom we uiteindelijk niet zomaar aan de voordeur geraken! Na wat voetenwerk van de bemanning van de HiLux is het raadsel snel opgelost: we bevinden ons slechts op tweehonderd meter van het hotel, maar ja …We waren de eersten, de volgende wagen arriveerde een half uur later en de rest van het peloton komt binnen met de bezemwagen (=een taxi) met vier uur achterstand, net voor negenen.

Vanavond is er hier een gigantisch vuurwerk. Baku heeft geld, de inwoners hebben werk. De Lada’s zijn hier grotendeels vervangen door grotere en nieuwere auto’s. In onze hedendaagse wereld is het fenomeen van stedelijke rijkdom en landelijke armoede een constante geworden. In deze contreien is die afstand wel zéér groot: Sofia, Istanbul, Tbilissi en nu Baku, waar de tegenstelling enorme proporties heeft aangenomen: rond Sheki ment men koeien en rijdt men te paard, in Baku bouwt men paleizen en paradeert men in luxewagens. Morgen weet ik daarover wellicht wat meer!

Baku 28 mei 2013

P.S. Het schip naar Turkmenistan heeft geen uurregeling. De blog kan daar de volgende dagen de gevolgen van ondervinden.

  • Comments(0)//silkblog.grimburger.com/#post15