Along the Silk Road

Along the Silk Road

Overland from the Atlantic to the Pacific

Travelling the Silk Road in 2013

De Reis en de Bestemming

nederlandsPosted by grim(m)burger Wed, June 05, 2013 05:25:59

Ik ben nu in Ashabad, Turkmenistan. Vijf dagen geleden begonnen we, vol goede moed, aan het traject van Baku tot hier. Vijf dagen zonder internet, maar dat was slechts een klein ongemak (hoewel wat frustrerend). Het verhaal over de Kaspische Zee heb ik zopas gepost, chronologisch omdat het mij op die manier het meest tekende leek. Hieronder schets ik kort wat er in de voorbije drie dagen, op de route Turkmenbashi tot Ashabad, zoal het nieuws heeft gehaald. Morgen zal ik wat inhoudelijk duiden over de plaatsen die we bezochten.

Weet dat ik vanmorgen geveld werd door de Centraal-Aziatische microbe, die diarree tot gevolg heeft. Of dat te maken had met de landelijke keuken, met de plots invallende hitte of met oververmoeidheid (ja, u leest juist!) is me een raadsel. De eerste paar dagen op Turkmeens grondgebied bleef de temperatuur best aangenaam, zo een 30°C, een zacht windje en heel droog. Eergisteren kwam, zonder waarschuwing, plots de hitte opzetten: nevel-zwangere lucht, windstil en meer dan 40°C.

De eerste dag (zondag) viel nog best mee, al was het maar omdat we een aangenaam hotel hadden in Balkanbat, om uit te rusten. De 320 kilometer lange tocht door de Karakom woestijn was echter wel uitputtend, ook omdat de weg, meestal wat asfalt gemengd met grint en onzichtbare putten, in uiterst slechte staat was. Door het zand ploeteren in de 4x4 was dan weeral “fun”, maar de wagens dienden grondig gepoetst bij aankomst. (In Ashabad kan je trouwens een boete krijgen voor een vuile wagen).

Gisteren en vandaag waren eigenlijk een hel, om vele redenen. De weg van Balkanabat naar No-khur staat aangeduid als een hoofdweg, en verbindt het Noorden met het Zuiden van het land. Echter was deze weg nog veel slechter dan wat we in de woestijn hadden onder de wielen gekregen. Het was een lappendeken van verschillende soorten asfalt, diepe putten (“potholes”, zoals in alle landen met zware winters) en veelvuldige bulten. In tegenstelling tot de dag tevoren werd er hier wel door de lokalen negentig per uur gereden! Soms reden we gedurende kilometers achter mekaar in colonne (alles is hier in colonne, onder leiding van een staatsgids met auto) … op de linker rijstrook. Af toe moest er serieus worden geslalomd en op momenten was het vermijden van gaten onmogelijk. Driehonderd kilometer van dat soort autoweg is moordend.

Tot slot kregen we de beklimming naar No-khur: dertien kilometer verharde en uiterst stoffige grintweg met veel grote stenen. Een half uur omhoog, maar toen we aankwamen bleken we geen toestemming (meer?) te hebben om in de “homestay” te overnachten! De gids besloot (om God weet welke reden) verder te klimmen, nog tien kilometer over slechtere en steilere paden. We hielden halt op een mooi, glooiend plateau, in een soort keteldal op 20 kilometer van de Iraanse grens. De laatste kilometers was de weg helemaal verdwenen. Het was nu half negen ’s avonds. Daar kamperen bleek geen optie. Terug naar beneden en, wonder boven wonder, mochten we nu wel overnachten in de ‘homestay’.

‘Homestay’ is een familiehuis waar we met zijn negentienen in een aanvankelijk zwoel bijhuis “palias parterre” deden. Na een kom rijst en een paar bananen (en wat wodka tegen de microbe) was het tijd om … af te zien. Op de harde ondergrond was op een zij slapen geen optie, mijn heupbeenderen protesteerden continue. Bij het opstaan – om zes uur – was het dan zover: diarree. Mag ik er aan toevoegen dat de sanitaire installaties ook niet van-je-datje zijn! Mijn hernieuwde kennismaking met een landelijk toilet in een Turkmeens huis was een experiment dat niet in alle opzichten een succes kan genoemd worden. (Uit welvoegliujkheid zal ik daar niet verder op ingaan)

De rest van de weg naar Ashabad, vanuit No-khur, was geen pleziertje. Ik voelde me gammel. Na voorzichtig wat cola te hebben gedronken ging het in mijn ingewanden wat beter, maar de hitte maakte van me een vod, flanellen benen incluis. De weg was wel, naar inheemse maatstaven, in orde, zodat het schokken en schommelen achterwege bleef. Maar de hete lucht die door al de vensters naar binnen stroomde was ondraaglijk. Bij aankomst in het hotel heb ik me bij mijn teamgenoten verontschuldigd en ben ik zonder veel omkijken naar de balie gelopen. Een kwartier later nam ik een koude douche, en dan kroop ik onder de lakens. Na drie uur voelde ik me wat beter. Inmiddels heb ik wat gegeten, en ben ik nu aan het schrijven. Het zal wel loslopen zeker?

De reis zal wel belangrijker zijn dan de bestemming!

Ashabad, 4 juni 2013

  • Comments(3)//silkblog.grimburger.com/#post18