Along the Silk Road

Along the Silk Road

Overland from the Atlantic to the Pacific

Travelling the Silk Road in 2013

Confrontatie in Ashabad

nederlandsPosted by grim(m)burger Sat, June 08, 2013 15:27:07

In zijn recent boek “Thinking fast and slow” geeft Daniel Kahneman, gelauwerd psycholoog en economist, duiding over de werking van onze hersenen bij het oordelen over en inschatten van problemen. Hij onderscheidt twee systemen: het eerste, snelle, intuïtieve oordelen en het tweede, trage, (meer) beredeneerde oordelen. Ik moest aan het boek terugdenken bij ons bezoek aan Ashabad.

Ashabad is een unieke stad. Terwijl het intuïtief denken dikwijls de bal misslaat, ook in normale omstandigheden, blijft het unieke altijd een uitdaging voor onze standaard reflexen. Zij worden immers vooral gevormd door gewoonten. De commentaren in onze groep bij het bezoeken van deze “Witte Stad”, gesproken uit de buik van ons aanvoelen en onze intuïtie, waren daarvan een mooi voorbeeld.

De “Witte Stad” dankt haar bijnaam aan de witte gebouwen, in het nieuwe, zuidelijke gedeelte. In het woongedeelte ervan worden de zeer brede lanen geflankeerd door uniform witte appartementsgebouwen, tot twintig verdiepingen hoog. Het zou me verbazen mochten dat allemaal marmeren gevels zijn, maar in de ministeriële wijk zijn de paleizen wel degelijk opgetuigd met marmer. Neen, niet zomaar marmer, maar heel dikwijls Carrara marmer. Het presidentieel paleis spant de kroon met drie gouden, glinsterende cupola’s.

Daarnaast staan er een aantal “monumenten”, een erfenis van de overleden Turkmenbashi: Onafhankelijkheid (‘91), Neutraliteit (‘95), Aardbeving (‘48), Tienjarig jubileum (’02). Het éne is al grootser dan het andere, met een overvloed aan schaarse bouw- en grondstoffen (zoals bv. water). Het gebruik daarvan moet, zoals dat ook in onze contreien het geval is, een symbool zijn van macht en rijkdom van de bouwers. Megalomanie, en ongehoord, klinkt het bij de schare bezoekers – en smakeloos.

Onderwijs, gezondheidszorg, betaalbare behuizing is er hier voor iedereen. In de oude stad is het leven relax, lijken de mensen voldaan en loopt de meerderheid van de dames er gracieus bij. In de nieuwe stad zijn de voetpaden leeg en zindert de hitte, terwijl een handvol (schone) auto’s tussen twee opeenvolgende lichten laveren. Het lijkt allemaal chirurgisch rein, zonder winkeltjes zelfs. Dit is mensenvreemd, hoor ik zeggen.

Tussen de monumenten door dacht ik aan Versailles, en aan de Zonnekoning. En aan al die arme stakkers in Frankrijk die darvoor geofferd werden. Miljoenen bezoekers heeft Versailles inmiddels aangetrokken. Driehonderd jaar later is het megalomane paleis blijkbaar kunst geworden, ook al moest Louis XIV zijn onderdanen de oorlog injagen om zijn schulden af te betalen! De paleizen en kathedralen van Rome werden op dezelfde manier bedacht, en gefinancierd door (naar huidige westerse normen) onrechtmatig geldgewin van de kerk. Zelfs Houphoët-Boigny, President (en “Papa”) van Ivoorkust, presteerde het in 1985 om in zijn geboortedorp, plots de nieuwe hoofdstad van het straatarme Ivoorkust, een gigantische basilica uit de grond te laten stampen. Johannes Paulus II zag er ogenschijnlijk niet te veel graten in, en Felix behoorde tot zijn dood tot de vriendkring van Mitterand. Hoe zijn deze Turkmeense projecten anders te interpreteren dan met wat in Parijs, Rome en Yamassoukro geschiedde?

Wat betreft het leven zelf in het nieuwe gedeelte van de stad, zit ik met gelijkaardige vragen. Verdienen de infernale slums van Bombay een hogere waardering voor “menselijkheid”? Of is de chaotische willekeur in Cairo een gedegen alternatief? Maar misschien moeten we het zover niet zoeken: vele Amerikaanse voorsteden hebben brede straten met (dikwijls dezelfde) huizen, omzoomd met schaduwrijke bomen, op een lap grond van tachtig vierkante meter, afgeschermd met een twee meter hoge schutting. Overdag gebeurt er niks, en het dichtst bijzijnde shopping centrum is enkel met de wagen te bereiken. Een huis in een buitenwijk van Atlanta of een appartement langs een brede boulevard in Ashabad, wat is het verschil?

Het komt me voor dat, bij deze confrontatie met de enormiteit van wat er in Ashabad gedurende de laatste vijftien jaar is gebeurd, onze standaard reflexen deze witte stad als een witte olifant zien, en het leven hier als ‘niet zoals het hoort te zijn’. Wellicht zegt dat meer over onze opinies over vrijheid en democratie, dan over wat we objectief observeren. Laat me benadrukken dat dit alles uiteraard geen pleidooi is voor een “Witte Stad” project, noch voor het Turkmeens staatsmodel. Het is wel een aanzet tot relativering en tot historische reflectie. Terwijl we helemaal geen informatie hebben over wat er achter de schermen gebeurd, in termen van bv. repressie en spionage, zal de geschiedenis uiteindelijk oordelen over hoe de Turkmeense bewindvoerders het leven van hun volk gestaag hebben verbeterd, of niet. Democratie kan niet getoverd worden, evenmin als vrijheid lang kan onderdrukt worden.

Omtrent de goede kwaliteiten van het leven hier, eindigde onze gids met “peace”. Badend in de luxe van een zeventig jaar durende vrede, kunnen wij, Belgen, schouderophalend verklaren dat vrede toch een doodgewone verworvenheid is? Ik stel me voor dat een meerderheid van Afghanen en Syriërs vandaag heel wat veil zouden hebben voor dat éne ongrijpbare goed: vrede.

Moge de vrede altijd met de Turkmenen zijn, en moge de vrijheid kiemen en bloeien.

Ashabad, 5 juni 2013

  • Comments(1)//silkblog.grimburger.com/#post20