Along the Silk Road

Along the Silk Road

Overland from the Atlantic to the Pacific

Travelling the Silk Road in 2013

De allermooiste bergrit

nederlandsPosted by grim(m)burger Wed, June 19, 2013 20:03:11

Na een miezerige en koude avond is de zon terug van de partij. Met een warm donsdeken over me heen had ik goed geslapen. Om zeven uur was er gestommel in de keuken en eetzaal. Het brood is van gisteren, droog en hard, maar de eitjes waren roodvers, recent gelegd door de familiekippen. Er liggen 560km tussen ons en Bishkek, het doel voor deze lang verwachte dag.

Met de afdaling uit Arslanbob achter ons, rijden we, langs de M41 (cfr Google maps), door relatief vlak en vruchtbaar land. Dit is het Kyrgizisch deel van de Fergana vallei. Ik vraag me af wie deze grenzen getrokken heeft. Immers, langs deze kant van de grens wonen vooral Oezbeken, een volk van boeren en handelaars. De Kyrgiezen zijn in de eerste plaats herders en nomaden, die ganse dagen en maanden met schapen, geiten, paarden, koeien en ezels doende zijn. De recente en latente conflicten tussen beiden, onder meer in Osh, zijn uiteindelijk toe te schrijven aan, zeg maar, de onnatuurlijke grenzen.

Een paar uur later rijden we tussen veelkleurige en diverse rotsformaties langs de oevers van de Naryn rivier, één van de belangrijke zijrivieren van de Syr Darya. De doorgaans goed berijdbare weg loopt een beetje zoals een rups op de kermis: in lange halen naar boven, en naar beneden, soms met een prangende bocht ertussenin. Met drie auto’s, rood-zwart-groen, na mekaar lijkt het wel een losgeslagen carrousel. Heel geleidelijk klimmen we tussen deze struise stenen standbeelden. Iedereen in de wagen is enthousiast over de prachtige woestheid van dit stuk aarde. We stoppen enkele keren om foto’s te nemen.

De tijd lijkt stil te staan, doch vliegt voorbij. Voor we het goed beseffen is het één uur, als we aan het Toktogul reservoir arriveren. Dit meer is ontstaan door afdamming van de Naryn en andere rivieren: hemels blauw, omzoomd door granieten bergen en korrelige heuvels, van inktzwart tot okergeel. We rijden – voor de laatste keer 4x4 ? – tot aan de verlaten rand van het meer, om te picknicken, en wat in het relatief warme water te lopen (20°C)

Diegenen die met mij op reis zijn geweest, zullen weten dat ik onderweg de tijd altijd in het oog houd. Ik maak me druk over het simpele feit dat we na vijf uur slechts honderd tachtig kilometer hebben afgelegd, één derde van de afstand! Omdat het mijn beurt is om het stuur over te nemen, rust ik wat uit op de achterbank van de auto, in de schaduw. Hoe zou het thuis zijn?

Na een uurtje is iedereen klaar voor het grote werk: we moeten nog twee passen over van meer dan drie duizend meter! Alvorens die klim aan te vatten cirkelen we helemaal rond het meer, want de pas begint exact aan de overkant van waar wij gepicknickt hebben. Een rondje van een uur, of meer. De compensatie daarvoor is het bekorende landschap waarbij zon en wolken een gevarieerd spelletje schaduw schaken met de okergele, gekorrelde zandstenen heuvels. En de weg golft op en neer, recht en rond, en weerom recht en anders rond.

Na het stadje Toktogul, draaien we abrupt noordwaarts, richting hooggebergte waar de sneeuw de toppen kroont. In Karakol betalen we tol (dat rijmt!) en dan begint de afstand tussen de wanden te verkleinen en de borden met 7, 9 en 12% volgen mekaar sneller op. Onder de twee duizend toeren is de Toyota niet in zijn sas, en beneden de vijftienhonderd wordt hij een puffende schildpad. Gelukkig zijn er nog afdalingen om snelheid te halen…

Na nog wat geslinger tussen wanden komen we plots in een open ruimte. Voor ons liggen wat zigzag trajecten op de flank van een berg. De groene Hilux begint meer en meer te kreunen, maar de zwarte achter ons doet het blijkbaar ook niet schitterend. Het gaat van langsom trager, en de wind begint te fluiten langs - of door? - ons stalen karkas, doorheen de spleten in de ramen, alleszins. Het is ook veel kouder geworden. Zonder het goed te beseffen ronden we de top: Ala Bel Pas, 3184m.

De geasfalteerde slinger naar beneden daalt eerder zacht. De lucht, wat blauw, grijs en wit, verstrooit het licht tot een perfecte bondgenoot voor het hoge plateau, de Suusamyr Vallei, die zich voor onze ogen groen ontrolt, bevlekt met talloze witte vlekken, bruine stippen, donkere puntjes – respectievelijk yurts, paarden en mensen. En dan vergeet ik de geiten, schapen, ezels, hutten en woonwagens. Dit is de hemel voor de Kyrgiezen. (Je kan niet ontkennen dat twee duizend vijfhonderd meter al een heel stuk naar boven is, in de goede richting dus ..) Een collega vertelt me het verhaal van een veearts van Bishkek die hier met zijn gezin met vakantie is. Hemels mooi en levendig aards is het, maar iedereen is dik aangeduffeld, want het waait hard en de temperatuur is een zevental graden, boven nul.

De tocht door dit hoogplateau duurt zeker een half uur. De vallei wordt langs beide kanten omgeven door besneeuwde bergen. Aan onze linkerkant vormen zich snel witgrijze wolken, aan de rechtse vluchten ze wat uit mekaar. Heerlijk fotomateriaal, maar ik rijd, en “steel” wat snelle kiekjes met mijn klein kodakse. En dan stopt ze, de vallei.

Het vervolg van de route is niet al te duidelijk zichtbaar. Het is naar links, naar de mistige wolken. Hier begint de Tör Aschuu Pas echt. We zien de zigzaggende weg in de wand slechts mondjesmaat verschijnen: lange rechte stukken, stijgnd, verbonden met haarspeldbochten. Naarmate we vorderen begint de Toyota te zweten, of ben ik het? De laatste vier vijf kilometer klimmen we in tweede versnelling, tegen zo een veertig kilometer per uur: een slakkengang die veel zelfbeheersing vraagt – hier met een M5, waw!?!

En dan begint er koude regen te vallen. En dan staan we voor een tunnel, in file, voor het rode licht. Auto’s en vrachtwagens friemelen door mekaar naar het open gat, centimeterwerk. Een vrouw beschermt haar twee zonen met haar jas wijd gehouden, tegen de wind, terwijl ze hun blaasjes ledigen. De wind is zeer krachtig hier, en het is koud. Het begint serieus te sneeuwen. Na een tiental minuten zijn we in het donkere gat: een twee kilometer lange tunnel met wisselend eenrichtingsverkeer. Ongeveer halfweg staan er twee camionetten met hun achterste naar elkaar: lading wordt overgeladen. Driehonderd meter verder staat een vrachtwagen in panne in tegenovergestelde richting: op een paar centimeter van de tunnelwand passeren we ook dat obstakel. Eindelijk … licht (aan het einde van de tunnel).

En stormwind, en sneeuw: de top, op 3586 meter, een nieuw record. De eerste twintig minuten dalen we af in de wolken waarin de pluimpjes vliegen. Dan klaart het uit, en de rest van de afdaling is breed, met vele langgerekte en dus plezierige S-bochten. ’t Is genieten geblazen. (Alexander zal me later vertellen dat hij wat zeeziek werd, achterin de auto). Alvorens we dit natuurpark verlaten, in Kara Balta, betalen we nogmaals vijf dollar. Tien dollar voor zoveel natuurpracht, het is een weggevertje. Ik heb nu vier uur gereden – in de wolken – en laat het stuur aan Jean voor de laatste loodjes. (Die drie uur zullen in beslag nemen, wegens onvoorziene omstandigheden)

Het verkeer naar Bishkek is zeer druk, en chaotisch, in beide richtingen. Vanaf de weg hebben we nog een innemend vergezicht op de besneeuwde toppen van de Tien Shan, die we zopas hebben overgestoken. Plots loopt er een bekende armenzwaaiend de weg op: het is Carl. Zo na bij het doel gekomen, en toch nog een panne? De witte Landrover staat aan de kant van de weg, beschaamd, onder wat bomen. De motor heeft het blijkbaar begeven … misschien omdat ze twee franse “jeunes dames” een lift hadden gegeven, die ze waren tegengekomen in een schilderachtig dorpje op een dertigtal kilometer van de hoofdweg? Wie zal het zeggen? Wij hebben de madammekens meegenomen tot aan ons hotel, alwaar ze een taxi hebben genomen naar het ‘gasthuis’ waar ze gratis konden slapen, en warm water ter hunner beschikking zouden krijgen (wat ze ten zeerste apprecieerden, want het was vier dagen geleden).

Het is kwart over negen als we uiteindelijk een kamer hebben en wat te eten bestellen. Foei, het restaurant is om negen uur gesloten. Voor twintig dollar de man krijgen we taaie, koude biefstuk met vettige frietjes, en champignonsoep: speciale take-away service. Het bed was een verlossing. De film van de dag zal een zalige droom worden: de schitterendste bergrit uit mijn leven!

Bishkek, 18 juni 2013

P.S. Over de vrije dag in Bishkek valt niet veel te zeggen. Het is een doordeweekse continentale provinciestad die hoofdstad wordt genoemd, omdat er nu eenmaal een hoofdstad moet zijn als men grenzen heeft getrokken. Morgen rijden we naar het voorlopig eindpunt: Alma Aty, Kazakstan.

  • Comments(1)//silkblog.grimburger.com/#post31