Along the Silk Road

Along the Silk Road

Overland from the Atlantic to the Pacific

Travelling the Silk Road in 2013

Rococo Rijders

nederlandsPosted by grim(m)burger Sun, May 26, 2013 21:35:12

Alvorens wat nabeschouwingen te geven over Georgië, vertel ik eerst het einde van het grote inhaalmanoeuver. Na een half uurtje hadden we de grensovergang achter ons gelaten. Tegelijkertijd zetten we onze klok een uur vooruit. Wanneer we in Alma Aty arriveren, zullen er nog enkele uren aan toegevoegd worden.

Bij het eerste dorp op Georgische grond kan men op geen enkele manier negeren dat dit land een heel andere sfeer ademt. Wat mij betreft is dat niet omdat de halve maan op de torens vervangen is door kwadraatskruisen, wel door de algemene indruk. Die indruk is in de eerste plaats intuïtief maar een innerlijke ondervraging daaromtrent bevestigt de waarneming met rationele bevindingen: de orde is weg, de beschavingskleuren zijn zeer geschakeerd, de mensen lijken niet haastig, het verkeer is chaotisch… Kortom, dit is aanpassen.

Na het tanken begon de pret pas echt. Ik heb er tot op dit moment geen idee van hoe de dure GPS systemen het in Georgië voor onze collega’s hebben gedaan. Onze TomTom was nu waardeloos want er bestaan geen digitale kaarten. Voor we het wisten waren we ergens in Batumi: het was overduidelijk niet de “prestige”-kant van de stad (die aan zee ligt). De armoede en de chaos die ons heer confronteerde (en confronteren kan men letterlijk nemen), zou gedurende de volgende zes uren quasi-onontkoombaar zijn.

We hadden een kaart van Georgië, maar die was eerder primair. In de straten van deze oude glorie (in Soviet tijden) kriskrasten de auto’s door mekaar, zoals in Istanbul, hoewel de dichtheid van ijzer per vierkante meter wat kleiner uitviel. Daarenboven waren veel karkassen-op-wielen klaar voor de schroothoop. Reclame voor het “Casino” was er veel meer aanwezig langs de wegen dan richtingaanwijzers. Alvorens we de autostrade langs de kust hadden gevonden, moesten we een paar keer de weg vragen. Uiteindelijk lukte het.

Op onze kaart stond er een groene lijn getekend, redelijk rechtdoor, van Batumi naar Poti, een industriële stad, meer noordelijk. Het werd snel duidelijk dat “groen” niet autoweg betekende, en dat “rechtdoor” heel veel kronkels had. De tekenaars waren er duidelijk vanuit gegaan dat al de noodzakelijke tunnels reeds geboord waren en dat de wegen ‘ontdubbeld’ waren. Spijtig genoeg is dat nog vele, vele jaren weg… Om aan het gevaarlijke gekrioel van gammele auto’s en vrachtwagens te ontsnappen besloten we een ‘rode’ weg naar het Noordoosten te nemen. Veel slechter kon die immers niet zijn?

Dat was juist gegokt. De weg was beter, de camions waren niet toegelaten en de sliert van rokende auto’s was plots verdwenen. In de plaats kwamen de koeien… zij staan overal langs de weg te grazen; omheiningen zijn hier blijkbaar verboden of onbekend. Terwijl de weg eigenlijk over twee bergkammen liep, en de snelheid wegens het bochtenwerk niet al te hoog lag, waren de koeienfamilies wel degelijk een gevaar, vooral omdat ze ook in verschillende kleuren kwamen, waardoor de herkenning niet altijd éénduidig was.

Later werden we nog vergast op varkens, geiten, een paar paarden en, uiteraard, kippen die van de openbare weg hun tuin hadden gemaakt. Huisjes (allemaal vierkant met een simpel dak in vier driehoekige segmenten) waren spaarzaam verspreid doorheen het groene, heuvelachtige landschap. Mensen waren schaars; jonge mensen hebben we niet gezien. Grotere gemeenten boden een troosteloze aanblik, meestal vergezeld van geraamtes van vervallen fabrieken. Een kleine honderd kilometer verder waren we terug op de “grote weg”.

Als de Turken agressief zijn in het verkeer, kan ik de Georgiërs als roekeloos beschrijven. Messina en Istanbul staan in de top drie, maar ver, ver achter Georgië. Het rijgedrag in dit land tart alle verbeelding. Omdat zowel de wegeninfrastructuur als de kwaliteit van de wagens veel slechter zijn dan in Turkije en Sicilië, zonder dat de snelheid daarom lager is, wordt autorijden in Georgië een zéér intensieve, energieslorpende bezigheid, en niet ongevaarlijk. Het lijkt er sterk op dat al deze mensen niets te verliezen hebben.

Dat laatste zou best kunnen. Naast wat prestige gebouwen, waar ongetwijfeld enkele burgers hun brood mee hebben verdiend, is dit land en zijn hoofdstad straatarm. Men schijnt te wedden op de groei van het toerisme, maar het is mij onduidelijk welke toeristen hier hun tenten gaan opslaan. Blijkbaar komen er wat Duitsers, Nederlanders en Amerikanen in de (bloedhete) zomermaanden, doch slechts één keer. Zowel aan de kust als in de bergen is de verkeers- en de hotelinfrastructuur onbestaande. De Kaukasus is quasi onbereikbaar en de Russische grens over land in de praktijk overal dicht.

In Tbilissi wonen inmiddels twee miljoen mensen. Waarvan ze leven is onduidelijk; taxi is een beroep waar geen gebrek aan is. Dat minstens twee op drie taxi chauffeurs het Holiday Inn hotel (tweede grootste) niet weten staan, spreekt boekdelen over de professionaliteit. Gisteravond bracht een Georgiër van een jaar of zestig me naar het hotel: hij was universitair geschoold, sprak ook Russisch, en wat Engels en Duits. Hij vindt geen ander werk dan met zijn verhakkelde Mercedes rondrijden. Na de “bevrijding” in 1989 (Feest van de Onafhankelijkheid wordt vandaag gevierd met veel tralala) is de industrie langzaam verschrompeld. Op enkele opportuniteiten na is er niets nieuws in de plaats gekomen.

Een opmerkelijk nieuw fenomeen is de verschijning van zeer jonge gipsy’s (5 à 10 jaar) die op de kruispunten van de straten van Tbilissi agressief bedelen, inclusief hun hand naar binnen steken door een open raampje om te grabbelen wat op het dashboard ligt! Ook de Georgiërs begrijpen er niks van, want Roma zijn nooit, in mensenheugenis, tot hier gekomen. De waarschijnlijke en spijtige conclusie is dat één of andere maffia een paar camions onfortuinlijke gipsy families in dit straatarme land heeft gedropt om een uitgeperste appelsien nog wat vocht te ontfutselen.

Toch zijn de mensen hier, en zeker en vast op het “platteland”, vriendelijk en gastvrij. Ze zijn ogenschijnlijk ook tevreden met de simpele dingen des levens, waartoe christelijke devotie hoort. En ook lekker eten en drinken. Wat dat laatste betreft, mag ik beamen dat de kwaliteit van de wijn in de laatste twintig jaar fel vooruitgegaan is, terwijl de groenten en het fruit smaken zoals bij ons, … vijftig jaar geleden!

Nog een paar dagen en we zijn in het hartland van de Zijderoute!

Tbilissi, 26 mei 2013

  • Comments(0)

Fill in only if you are not real





The following XHTML tags are allowed: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles and Javascript are not permitted.